HR 13 november 2018, ECLI:NL:HR:2018:2089
Medeplegen overtreding art. 3.C Opiumwet. Medeplegen van opzettelijk aanwezig hebben van hennep in kofferbak auto? Blijkens zijn overweging heeft het Hof voor zijn oordeel dat sprake is van het medeplegen van het opzettelijk aanwezig hebben van hennepplanten in het bijzonder in aanmerking genomen dat "het niet anders kan zijn dat ook de verdachte in de auto (...) de doordringende hennepgeur moet hebben geroken", dat daarom "sprake is geweest van een meer of mindere mate van bewustheid en daarmee wetenschap bij de verdachte omtrent de aanwezigheid van de aangetroffen hoeveelheid hennep", dat verdachte geen navraag heeft gedaan naar de herkomst van deze geur, maar is ingestapt en met medeverdachte is meegereden en dat verdachte zich niet heeft gedistantieerd van de aanwezigheid van hennep. Deze omstandigheden zijn niet z.m. voldoende om te kunnen aannemen dat verdachte het opzettelijk aanwezig hebben van hennepplanten heeft medegepleegd. De bewezenverklaring is dus in zoverre ontoereikend gemotiveerd. Volgt vernietiging en terugwijzing.