HR 6 november 2018, ECLI:NL:HR:2018:2050

Medeplegen poging diefstal d.m.v. braak, art. 311.1 Sr. Observatie van verdachte, die veelvuldig in politiesystemen is geregistreerd en is aangemerkt als geprioriteerde woninginbreker, d.m.v. plaatsen peilbaken onder zijn auto gedurende vijf dagen. Stelselmatige observatie a.b.i. art. 126g Sv of volstaat algemene taakomschrijving politie a.b.i. art. 3 Politiewet 2012 als grondslag? HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2000:AA5254 en ECLI:NL:HR:2012:BW9338 m.b.t. de vraag wanneer observaties waarvoor geen machtiging a.b.i. art. 126g Sv is gegeven, onrechtmatig zijn. Oordeel Hof dat geen sprake is geweest van stelselmatige observatie a.b.i. art. 126g Sv en dat de toegepaste opsporingsmethode (plaatsing peilbaken onder auto en met behulp daarvan kortstondig observeren van verdachte) niet geschikt is geweest om een min of meer compleet beeld van bepaalde aspecten van het leven van verdachte te verkrijgen, dat het slechts om een beperkte inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van verdachte ging en dat daarom het met toestemming van de OvJ plaatsen van het peilbaken toegestaan was o.g.v. art. 3 Politiewet 2012, geeft niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting, is niet onbegrijpelijk en is toereikend gemotiveerd. HR neemt daarbij mede in aanmerking dat Hof heeft vastgesteld dat het niet gelogde peilbaken met toestemming van de OvJ kortstondig, gedurende vijf dagen, in gebruik is geweest, dat niet verdachte die veelvuldig in de politiesystemen is geregistreerd als verdachte en is aangemerkt als geprioriteerde woninginbreker, in persoon, maar zijn auto werd gevolgd en dat de auto door het gebruik van een 'geofence' alleen is gevolgd bij reisbewegingen buiten verdachtes woonplaats en in omliggende gebieden die pasten binnen de modus operandi, waarbij geen van de plaatsen waar de auto is gevolgd of verdachte is gezien een voor verdachte intieme, persoonlijke plek betrof. Volgt verwerping.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken