HR 30 oktober 2018, ECLI:NL:HR:2018:2010
Profijtontneming, w.v.v. uit hennepteelt en gekwalificeerde diefstal elektriciteit. 1. Middel gericht tegen bewezenverklaring in hoofdzaak aan te merken als middel van cassatie in ontnemingszaak? 2. Schatting w.v.v. Ad 1. Klacht - die strekt tot vernietiging van bestreden uitspraak in ontnemingszaak voor het geval dat cassatiemiddelen in hoofdzaak gegrond zouden worden bevonden - voldoet niet aan vereisten die gelden voor middelen van cassatie a.b.i. de wet zodat zij onbesproken moet blijven. HR merkt op dat ex art. 557.4 Sv een uitspraak op een vordering van OM a.b.i. art. 36e Sr eerst kan worden tenuitvoergelegd nadat en v.zv. de veroordeling a.b.i. art. 36e.1 Sr in kracht van gewijsde is gegaan, terwijl ex art. 511i Sv een uitspraak op een vordering van OM a.b.i. art. 36e Sr van rechtswege vervalt doordat en v.zv. uitspraak als gevolg waarvan de veroordeling van verdachte a.b.i. art. 36e.1 Sr achterwege blijft, in kracht van gewijsde gaat (vgl. ECLI:NL:HR:1998:ZD1016). Bovendien kan rechter in voorkomende gevallen o.g.v. art. 577b.2 Sv te betalen bedrag verminderen of kwijtschelden. HR merkt voorts op dat deze behandeling van middel van betrokkene afwijkt van de wijze waarop een dergelijk middel van OM wordt beoordeeld. Deze verschillende behandeling vindt zijn rechtvaardiging hierin dat de positie van OM in deze afwijkt van die van betrokkene (vgl. ECLI:NL: HR:2018:1947). Ad 2. Uitgaande van de veroordeling van betrokkene in de hoofdzaak t.z.v. hennepteelt en gekwalificeerde diefstal van elektriciteit, heeft Hof de aan de bewijsvoering ontleende schatting van het door betrokkene daaruit w.v.v. toereikend gemotiveerd. Samenhang met 16/03498. CAG: anders.
De uitspraak op rechtspraak.nl