HR 16 oktober 2018, ECLI:NL:HR:2018:1958
Opzettelijk aangifte inkomstenbelasting onvolledig laten doen door belastingadviseur door samen met broer in Marokko bedrijf A op te richten voor het pellen van garnalen en daarmee verdiende inkomsten niet op te geven bij belastingdienst, art. 68 en 69 AWR. Bewijsklacht. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2007:BA5858 m.b.t. voorwaarden voor gebruik van redengevende f&o voor bewezenverklaring, die niet in b.m. zijn vermeld. Blijkens nadere bewijsoverwegingen heeft Hof aan zijn oordeel dat verdachte opzettelijk aangifte inkomstenbelasting over 2008 onvolledig heeft laten doen door belastingadviseur, mede redengevend geacht de omstandigheid dat verdachte belastingadviseur niet heeft geïnformeerd over aanmerkelijk belang in bedrijf A. Hof heeft evenwel verzuimd met voldoende mate van nauwkeurigheid b.m. aan te geven waaraan het deze omstandigheid heeft ontleend. Volgt partiële vernietiging en terugwijzing.
De uitspraak op rechtspraak.nl