HR 16 oktober 2018, ECLI:NL:HR:2018:1949

Belaging van politieagent door in periode van 6 jaren (liefdes)brieven, kaarten en pakketten met cadeaus op te sturen naar politiebureau, aangever daar op te zoeken, hem via social media, per telefoon en per post op zijn privéadres te benaderen en zich in de buurt van diens woning op te houden, art. 285b.1 Sr. Stelselmatige inbreuk op persoonlijke levenssfeer? HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2013:BZ3626 m.b.t. in aanmerking te nemen factoren bij beoordeling of sprake is van belaging. In aanmerking genomen hetgeen b.m. inhouden omtrent de indringendheid, de duur en de frequentie alsmede omtrent de aard van de gedragingen van verdachte en de omstandigheden waaronder deze hebben plaatsgevonden, geeft ’s Hofs oordeel dat verdachte stelselmatig inbreuk heeft gemaakt op persoonlijke levenssfeer van aangever niet blijk van onjuiste uitleg van art. 285b.1 Sr. Daarbij neemt HR mede in aanmerking dat verdachte ondanks 2 door hem ondertekende verklaringen met de strekking dat hij zou stoppen met het in contact treden met aangever vervolgens is doorgegaan met dat in contact treden. De omstandigheid dat de frequentie van de contacten gedurende de zeer lange periode waarin deze hebben plaatsgevonden niet hoog was staat, evenmin als de omstandigheid dat tlgd. gedragingen naar hun aard niet op zichzelf beschouwd strafbaar zijn, niet in de weg aan het bestaan van "stelselmatige inbreuk op de persoonlijke levenssfeer" in de betekenis die daaraan toekomt in art. 285b Sr. ’s Hofs oordeel is niet ontoereikend gemotiveerd. Volgt verwerping.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken