HR 9 oktober 2018, ECLI:NL:HR:2018:1891
Hof heeft verdachte n-o verklaard in zijn h.b. omdat het te laat is ingesteld, art. 408.1.a Sv. Inleidende dagvaarding aan verdachte in persoon uitgereikt? Ex art. 408.1.a Sv moet h.b. binnen 14 dagen na de einduitspraak worden ingesteld indien de inleidende dagvaarding om op de tz. te verschijnen aan verdachte in persoon is betekend. In het licht van hetgeen namens verdachte ttz. in h.b. is aangevoerd - in de kern inhoudende dat de inleidende dagvaarding door een ander dan verdachte in ontvangst is genomen en dat het handschrift waarmee de naam van de ontvanger van de dagvaarding op de akte van uitreiking van die dagvaarding is geschreven alsmede de onder "Handtekening ontvanger" geplaatste handtekening niet overeenkomen met het handschrift resp. de handtekening van verdachte in diens rijbewijs en in een politie p-v in het dossier - is ‘s Hofs oordeel dat de dagvaarding om te verschijnen op de tz. in e.a. aan verdachte in persoon is betekend niet z.m. begrijpelijk. Dit brengt mee dat het Hof de n-o verklaring van verdachte in het h.b. ontoereikend heeft gemotiveerd. Volgt vernietiging en terugwijzing.
De uitspraak op rechtspraak.nl