HR 9 oktober 2018, ECLI:NL:HR:2018:1874

Tul voorwaardelijk opgelegde straf. Wijziging grondslag vordering tul door ttz. in h.b. niet langer tenuitvoerlegging straf maar verlenging proeftijd te vorderen? Art. 14f.1, 14g.1 en 14i.6 Sr. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2001:AB0609 inhoudende dat rechter andere beslissing op vordering tul kan geven dan die waartoe vordering strekt en dat rechterlijke beoordelingsvrijheid haar begrenzing vindt in grondslag van vordering. Van een wijziging van de grondslag van de vordering is sprake indien de vordering tul van de voorwaardelijk opgelegde straf alsnog komt te berusten op de niet-naleving van een andere voorwaarde dan waarop de ingediende vordering steunt. Daarvan zou sprake zijn indien de vordering alsnog zou komen steunen op een ander strafbaar feit waaraan verdachte zich voor het einde van de proeftijd zou hebben schuldig gemaakt, dan het feit dat in de eerder ingediende vordering is vermeld. Van zo een wijziging is echter geen sprake indien OM bij de behandeling van de ingediende vordering niet tul van de straf maar verlenging van de proeftijd vordert. De opvatting waarop het middel steunt, is dus onjuist en ’s Hofs beslissing is toereikend gemotiveerd. Volgt verwerping.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken