HR 9 oktober 2018, ECLI:NL:HR:2018:1832
Art. 53 Sv (oud). Burgerarrest. Grenzen van proportionaliteit en subsidiariteit. 1. Het Hof heeft de handelingen van verdachte aangemerkt als begaan ter effectuering van een burgerarrest, zij het dat de daarbij in achtte nemen grenzen van proportionaliteit zijn overschreden. De verhouding tussen de aanleiding voor de aanhouding en de handelingen van verdachte ter uitvoering daarvan heeft het Hof onevenredig bevonden. 2. Verwerping beroep op (putatief) noodweer(exces). HR: art. 81.1 RO.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Tekst
9 oktober 2018
Strafkamer
nr. S 17/04014
AKA
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 13 oktober 2016, nummer 22/004193-15, in de strafzaak tegen:
[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1994.
1 Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft M.G. Eckhardt, advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2 Beoordeling van de middelen
De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren A.J.A. van Dorst en M.J. Borgers, in bijzijn van de griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 9 oktober 2018.