HR 2 oktober 2018, ECLI:NL:HR:2018:1821

Bijstandsfraude, art. 227b Sr. Hof heeft verdachte n-o verklaard in haar h.b. tegen bij verstek gewezen vonnis Pr van 22-8-2013, omdat h.b. te laat (op 6-4-2016) is ingesteld. Kan in reclasseringsrapport genoemd telefoongesprek tussen reclassering en verdachte i.h.k.v. executie van in e.a. opgelegde werkstraf worden aangemerkt als omstandigheid waaruit voortvloeit dat einduitspraak verdachte bekend was a.b.i. art. 408.2 Sv? Raadsman heeft aangevoerd dat verdachte alleen wist van een openstaande werkstraf van 30 uren en niet van de bij vonnis van Pr opgelegde werkstraf van 240 uren. Hof heeft in reactie op dit betoog o.b.v. rapportage van reclassering vastgesteld dat verdachte in of rond juli 2014 telefonisch contact heeft gehad met een reclasseringsmedewerker over de uitvoering van de in de onderhavige strafzaak aan verdachte opgelegde werkstraf van 240 uur. Hof heeft daarbij mede in aanmerking genomen dat, blijkens de justitiële documentatie van verdachte, de werkstraf van 30 uur die de verdediging kennelijk bedoelt, bijna twaalf jaar daarvoor, bij vonnis van 19-8-2002, is opgelegd en daarvan ook niet blijkt uit rapportage van reclassering van 12-8-2014. Op basis daarvan, heeft Hof geoordeeld dat zich een omstandigheid heeft voorgedaan waaruit voortvloeit dat einduitspraak van Pr verdachte in of rond juli 2014 bekend was en dat verdachte n-o is in haar op 6-4-2016 ingestelde h.b. Dat oordeel geeft niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk. Volgt verwerping. CAG: anders.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen