HR 18 september 2018, ECLI:NL:HR:2018:1684
Profijtontneming, w.v.v. uit gewoontewitwassen. Methode van eenvoudige kasopstelling, art. 36e lid 2 en lid 3 (oud) Sr. Motivering schatting w.v.v . HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2017:414 m.b.t. berekeningswijze van eenvoudige kasopstelling. Het Hof heeft kennelijk geoordeeld dat de uitkomst van de gebezigde kasopstelling, met weglating van de posten 'huurbetalingen' en 'levensonderhoud', het door betrokkene daadwerkelijk w.v.v. representeert "uit het bewezen verklaarde handelen en uit andere strafbare feiten". Dat oordeel is zonder nadere motivering, die ontbreekt, niet begrijpelijk. Indien het Hof heeft beoogd toepassing te geven aan art. 36e.3 (oud), Sr, blijkt uit ‘s Hofs overwegingen immers niet dat aan de in die bepaling gestelde toepassingsvoorwaarden is voldaan, waaronder het in het onderhavige geval nog geldende vereiste dat een s.f.o. is ingesteld (vgl. ECLI:NL:HR:2016:2714). Indien het Hof evenwel toepassing heeft willen geven aan art. 36e.2 (oud), Sr, heeft het Hof zijn oordeel ontoereikend gemotiveerd, omdat het ongenoegzaam tot uitdrukking heeft gebracht in hoeverre het bedrag waarop het w.v.v. is geschat, is gerelateerd aan het bewezenverklaarde witwassen dan wel aan soortgelijke feiten en/of feiten waarvoor een geldboete van de vijfde categorie kan worden opgelegd, a.b.i. art. 36e.2 (oud), Sr. Daargelaten dat het Hof het door betrokkene w.v.v. heeft geschat op het hogere bedrag van € 211.396,65, brengt ‘s Hofs vaststelling dat betrokkene het t.z.v. gewoontewitwassen opgenomen bedrag van € 171.953,- niet alleen aanwezig heeft gehad maar ook heeft overgedragen en omgezet, immers niet z.m. met zich dat betrokkene uit die delictsgedragingen voordeel ter hoogte van genoemd bedrag van € 171.953,- heeft verkregen. Volgt vernietiging en terugwijzing.
De uitspraak op rechtspraak.nl