HR 18 september 2018, ECLI:NL:HR:2018:1677
Visfraude. Feitelijk leiding geven aan het door een rechtspersoon begaan van valsheid in geschrift, meermalen gepleegd. Verkoop door A. B.V. van filets van Japanse schar (‘yellowfin sole’) die op verzoek van de Italiaanse afnemers zijn gefactureerd o.v.v. van filets van ‘plaice’. Verdachte is de bestuurder van B. B.V., en enig aandeelhouder en bestuurder van A. B.V. 1. Verschillende bewijsklachten valsheid in geschrift m.b.t. oordeel hof dat de facturen valselijk zijn opgemaakt door daarop te vermelden dat ‘plaicefillets’ zijn geleverd, terwijl in werkelijkheid uitsluitend filets van de ‘yellowfin sole’ werden geleverd, dat die facturen geschriften zijn die bestemd zijn om tot het bewijs van enig feit (het soort vis die werd verhandeld) te dienen en dat A. B.V. het oogmerk had om die facturen als echt en onvervalst te (doen) gebruiken, 2. Bewijsklacht feitelijk leiding geven. HR: art. 81.1. RO. Samenhang met 16/03328, 16/03330, 16/03393, 16/03395, 16/03400 en 16/03403.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Tekst
18 september 2018
Strafkamer
nr. S 16/03325
AJ/SG
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, van 6 juni 2016, nummer 21/004735-14, in de strafzaak tegen:
[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1953.
1 Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J. Boksem, advocaat te Leeuwarden, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, doch uitsluitend voor wat betreft de strafoplegging, tot vermindering van de straf in de mate als de Hoge Raad gepast acht en tot verwerping van het beroep voor het overige.
De raadsman heeft daarop schriftelijk gereageerd.
2 Beoordeling van de middelen
De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3 Ambtshalve beoordeling van de bestreden uitspraak
De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM is overschreden. Dit moet leiden tot vermindering van de aan de verdachte opgelegde geldboete van € 9.000,-, subsidiair 80 dagen hechtenis.
4 Slotsom
Nu geen van de middelen tot cassatie kan leiden, terwijl de Hoge Raad geen andere dan de hiervoor onder 3 genoemde grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, brengt hetgeen hiervoor is overwogen mee dat als volgt moet worden beslist.
5 Beslissing
De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de hoogte van de opgelegde geldboete en de duur van de vervangende hechtenis;
vermindert de geldboete en de duur van de vervangende hechtenis in die zin dat deze € 8.550,-, subsidiair 77 dagen hechtenis, bedragen;
verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren M.J. Borgers en M.T. Boerlage, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 18 september 2018.
Aangehaalde artikelen
Verbonden uitspraken
- Conclusie A-G Aben 19 juni 2018, ECLI:NL:PHR:2018:629
- HR 18 september 2018, ECLI:NL:HR:2018:1676
- HR 18 september 2018, ECLI:NL:HR:2018:1675
- HR 18 september 2018, ECLI:NL:HR:2018:1685
- HR 18 september 2018, ECLI:NL:HR:2018:1678
- HR 18 september 2018, ECLI:NL:HR:2018:1686
- HR 18 september 2018, ECLI:NL:HR:2018:1674