HR 11 september 2018, ECLI:NL:HR:2018:1542
Cassatie in het belang der wet. Beschikking Hof inhoudende toewijzing verzoek toekenning vergoeding schade t.g.v. ondergane verzekering en voorlopige hechtenis, art. 89 Sv. Heeft Hof het recht geschonden door zonder nadere toelichting structureel, in afwijking van LOVS-afspraken, de laatste dag die verzoeker in detentie heeft doorgebracht voor vergoeding a.b.i. art. 89 Sv in aanmerking te laten komen? Noch in art. 90.1 Sv noch in enige andere wetsbepaling is geregeld volgens welke maatstaf het aantal dagen moet worden berekend dat in aanmerking moet worden genomen bij de bepaling van de schadevergoeding a.b.i. art. 89 Sv. Wel zijn daarover i.h.k.v. het LOVS afspraken gemaakt. Deze afspraken vormen evenwel geen recht in de zin van art. 79 RO, reeds omdat deze niet afkomstig zijn van een instantie die de bevoegdheid heeft rechters te binden wat betreft het gebruik dat zij maken van de hun door de wetgever gelaten ruimte (vgl. ECLI:NL:HR:2003:AE8838). De rechter is dan ook niet gebonden aan die afspraken. De enkele omstandigheid dat het Hof de door het LOVS afgesproken maatstaf niet pleegt toe te passen, brengt niet mee dat zijn uitleg van de in art. 90.1 Sv genoemde ‘gronden van billijkheid’ onjuist is. HR merkt op dat volgens art. 90.1 Sv toekenning van een vergoeding van de in art. 89.1 Sv bedoelde schade plaatsvindt indien daartoe gronden van billijkheid aanwezig zijn. Bij de vaststelling van die schadevergoeding zal vaak rekening moeten worden gehouden met de omstandigheid dat verzoeker zowel een deel van de eerste dag als een deel van de laatste dag van de vrijheidsbeneming daadwerkelijk in detentie heeft doorgebracht. Uit een oogpunt van praktische hanteerbaarheid laat zich dan licht een vuistregel denken waarin die beide dagdelen samen worden geteld als één dag, welke vuistregel nochtans ruimte laat voor afwijkingen wanneer de omstandigheden van het geval daartoe aanleiding geven. Aangezien het een onderwerp betreft dat in het domein van de feitenrechter ligt, is het niet aan HR om die vuistregel vast te stellen, al is het gelet op het belang van eenvormige rechtstoepassing wenselijk dat gelijke gevallen gelijk worden behandeld. Volgt verwerping. CAG (anders): Uitleg van begrip ‘gronden van billijkheid’ door Hof geeft er blijk van dat er geen sprake is van een billijke (en evenwichtige) belangenafweging, nu zonder toelichting LOVS-afspraken structureel worden genegeerd.
De uitspraak op rechtspraak.nl