HR 4 september 2018, ECLI:NL:HR:2018:1431

Vordering tul, art. 14g Sr. Heeft het Hof, dat het vonnis van de Rb partieel vernietigde, beslist op vordering tul? Het Hof heeft het vonnis vernietigd "ten aanzien van de opgelegde straf", in zoverre opnieuw rechtgedaan en het vonnis "voor het overige" bevestigd. Het aldus gedeeltelijk bevestigde vonnis houdt, afgezien van beslissingen onder het opschrift 'strafoplegging' en 'benadeelde partijen', in dat de Rb de tul gelast van een aan verdachte opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf. Mede gelet op de omstandigheid dat het Hof de beslissingen t.a.v. b.p. slechts heeft herhaald omdat de door de Rb gebezigde formulering "voor onduidelijkheid kan zorgen", moet ’s Hofs beslissing aldus worden gelezen dat het zijn oordeel over de hoogte en modaliteit van de op te leggen gevangenisstraf in de plaats heeft gesteld van het door de Rb dienaangaande gegeven oordeel en dat het Hof het vonnis voor het overige heeft bevestigd, ook v.zv. daarin de tul is gelast van de aan verdachte opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf. Hierdoor komt aan het middel de feitelijke grondslag te ontvallen. HR verstaat de bestreden uitspraak aldus dat de vordering tot tul is toegewezen en verwerpt het beroep. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2018:372, inhoudende dat uit ’s Hofs arrest in samenhang met het vonnis van de Rb, v.zv. bevestigd, ondubbelzinnig moet blijken welke straf(fen) en/of maatregel(en) zijn opgelegd en dat het in voorkomende gevallen aanbeveling verdient dat het dictum van ’s Hofs arrest een integrale weergave van alle opgelegde straffen en/of maatregelen bevat. CAG (anders): strekt tot partiële vernietiging en terugwijzing.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken