HR 10 juli 2018, ECLI:NL:HR:2018:1152
Betekening appeldagvaarding, schrijfwijze van adres in Roemenië. Appeldagvaarding verzonden naar Roemeens adres dat qua schrijfwijze (ander nummer) afwijkt van Roemeense adressen in appelakte en schriftelijke bijzondere volmacht tot instellen h.b. Kon Hof ervan uitgaan dat adres waaraan appeldagvaarding is verzonden laatst bekend adres van verdachte in buitenland was a.b.i. art. 588.2 Sv? Appeldagvaarding is verzonden naar het in p-v van tz. in h.b. vermelde adres A nr. 1 in Roemenië en retour gekomen, terwijl in appelakte als adres van verdachte is genoteerd adres A nr. 2 in Roemenië en in schriftelijke bijzondere volmacht tot het instellen h.b. als adres van verdachte is genoteerd adres A nr. 3 in Roemenië. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2002:AD5163, rov. 3.19 m.b.t. betekening dagvaarding in geval van bekendheid van adres van verdachte in het buitenland. In de bestreden uitspraak ligt als ‘s Hofs oordeel besloten dat appeldagvaarding rechtsgeldig is betekend door toezending daarvan door OM aan het adres A nr. 1 in Roemenië. Hof heeft aan dat oordeel klaarblijkelijk ten grondslag gelegd dat dit adres heeft te gelden als het laatst bekende adres van verdachte in het buitenland. Gelet op de inhoud van de stukken van het geding is dit oordeel zonder nadere doch ontbrekende motivering niet begrijpelijk. HR verklaart appeldagvaarding nietig.
De uitspraak op rechtspraak.nl