HR 3 juli 2018, ECLI:NL:HR:2018:1069

Witwassen van geldbedrag, art. 420bis.1.b Sr. Kwalificatie-uitsluitingsgrond. Middel doet een beroep op rechtspraak van de HR over i.h.b. de kwalificeerbaarheid als witwassen van “verwerven of voorhanden hebben” van onmiddellijk uit eigen misdrijf afkomstige voorwerpen (vgl. ECLI:NL:HR:2014:702 en ECLI:NL:HR:2016:2842). Met die rechtspraak wordt gedoeld op "verwerven of voorhanden hebben" a.b.i. art. 420bis.1.b Sr. Nu de bewezenverklaring ook inhoudt dat verdachte van het geldbedrag “gebruik heeft gemaakt” en dat heeft "omgezet" en in aanmerking genomen dat het Hof bij de kwalificatie kennelijk geen zelfstandige betekenis heeft toegekend aan het "voorhanden hebben", zou de mogelijke gegrondheid van deze klacht niet tot cassatie behoeven te leiden wegens ontbreken van voldoende belang (vgl. ECLI:NL:HR:2015:3043). Volgt verwerping.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken