HR 11 april 2017, ECLI:NL:HR:2017:664
Gebruik van verklaringen die medeverdachten in eigen zaak hebben afgelegd als bewijs. Strijd met art. 301.4 Sv? Ook indien ervan moet worden uitgegaan dat het Hof het voorschrift van art. 301.4 Sv niet in acht heeft genomen door verklaringen voor het bewijs te bezigen die niet zijn voorgelezen of waarvan niet de korte inhoud is meegedeeld, heeft verdachte i.c. geen rechtens te respecteren belang bij zijn klacht. Dit gelet op de plaatsgevonden gang van zaken en de omstandigheid dat niet blijkt dat verdachte in enig opzicht in zijn verdedigingsbelang is geschaad. Samenhang met 14/06223 en 14/06337.
De uitspraak op rechtspraak.nl