HR 11 april 2017, ECLI:NL:HR:2017:645
Herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling n.a.v. de door het Hof bewezenverklaarde bedreiging van P.R. de Vries met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling. Ingevolge art. 15g, eerste volzin, Sr kan de rechter de voorwaardelijke invrijheidstelling geheel of gedeeltelijk herroepen indien de veroordeelde een daaraan verbonden voorwaarde niet heeft nageleefd. Blijkens de wetsgeschiedenis komt herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling in aanmerking indien sprake is van een ernstige schending van zo een voorwaarde. De rechter dient derhalve aan de hand van de omstandigheden van het geval te bepalen welke reactie op overtreding van een voorwaarde passend is. Hij is daarbij vrij in de keuze en de waardering van de factoren die voor zijn beslissing van belang zijn. Het Hof heeft dit een en ander niet miskend. Aan zijn overwegingen ligt immers als juiste maatstaf ten grondslag dat de rechter aan de hand van de omstandigheden van het geval moet bepalen welke reactie op overtreding van de aan de voorwaardelijke invrijheidsstelling verbonden voorwaarde passend en geboden is. Zijn oordeel dat de vordering tot herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling voor toewijzing in aanmerking komt is, gelet op hetgeen het Hof blijkens zijn overwegingen heeft vastgesteld, niet onbegrijpelijk en behoefde in het licht van hetgeen namens verdachte t.tz. in h.b. is aangevoerd geen nadere motivering.
De uitspraak op rechtspraak.nl