HR 4 april 2017, ECLI:NL:HR:2017:593

Rijden onder invloed van drugs (cannabinoïden), art. 8.1 en 163.4 WVW 1994 en art. 10 Besluit alcoholonderzoeken. Verplichting om na bloedonderzoek recht op contra-expertise mee te delen aan verdachte? Van "een onderzoek" a.b.i. 163.4 WVW 1994 is slechts sprake indien de waarborgen zijn nageleefd waarmee de wetgever dat onderzoek heeft omringd. Tot die waarborgen behoort naar geldend recht niet dat na onderzoek van het afgenomen bloedmonster (onverwijld) aan verdachte wordt medegedeeld, dat hij recht heeft op een tegenonderzoek naar de THC-concentratie in het bloed. Gelet hierop getuigt ’s Hofs oordeel dat aan de betrouwbaarheid van de oorspronkelijke onderzoeksresultaten van het NFI niet afdoet "dat de verdachte niet op voorhand is geïnformeerd over de beperkte mogelijkheid om een betrouwbare contra-expertise te kunnen doen, te weten binnen korte tijd na de bloedafname" niet van een onjuiste rechtsopvatting en is het evenmin onbegrijpelijk.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen