HR 21 maart 2017, ECLI:NL:HR:2017:479

Beklag tegen beslag op twee geldbedragen in woning van klager in strafzaak tegen diens zoon, art. 552b Sv. 1. Beklag tegen niet in beslag genomen geldbedrag. 2. Beklag tegen verbeurd verklaard geldbedrag. Ad 1. Voor het antwoord op de vraag of een goed in beslag is genomen, is niet doorslaggevend of dat goed is vermeld op de kennisgeving van inbeslagname of het p-v van bevindingen dat is opgesteld n.a.v. de doorzoeking of op de lijst van inbeslaggenomen goederen die de r-c heeft opgesteld. Het oordeel van de Rb dat ook overigens niet is gebleken dat het bedrag van € 600,- in beslag is genomen, is niet zonder meer begrijpelijk gelet op hetgeen namens de klager is aangevoerd. Ad 2. Klager heeft aan zijn stelling dat het in beslag genomen en verbeurdverklaarde geldbedrag van € 430,- hem toebehoort, ten grondslag gelegd dat het geldbedrag niet afkomstig is uit de jas van zijn zoon maar uit de jas die naast de jas van zijn zoon aan de kapstok hing. Rb heeft dat laatste - niet onbegrijpelijk - niet aannemelijk geacht. Volgt vernietiging en terugwijzing. CAG anders. Samenhang met 16/01510 B.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen