HR 7 maart 2017, ECLI:NL:HR:2017:375

Antilliaanse zaak. Openlijke geweldpleging tegen politie op Bonaire, “met verenigde krachten”, art. 147.1 Sr BES. Deze bepaling komt overeen met art. 141.1 (oud) Sr. Voor een veroordeling t.z.v. art. 141.1 (oud) Sr is vereist dat betrokkene deel uitmaakt van een groep die geweld heeft gepleegd en dat van betrokkene zelf in dat verband enige gewelddadige handeling is uitgegaan (ECLI:NL:HR:2001:AD8636, NJ 2001/687). Er bestaat geen grond t.a.v. de vergelijkbare bepaling van het Wetboek van Strafrecht BES anders te oordelen. Het Hof heeft in de bewijsvoering gemotiveerd op grond waarvan naar zijn oordeel het tlgd. "tezamen en in vereniging" met anderen, openlijk "met verenigde krachten" geweld plegen bewezen is. ’s Hofs oordeel dat de in aanmerking genomen f&o in hun onderling verband en samenhang voldoende zijn om te kunnen spreken van een bewuste en nauwe samenwerking van verdachte met zijn mededaders geeft niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk. V.zv. het middel klaagt dat van verdachte zelf niet in voornoemde zin enige gewelddadige handeling is uitgegaan nu het aannemen van een gevechtshouding niet als zodanig is te beschouwen, kan het niet tot cassatie leiden omdat het miskent dat het Hof heeft vastgesteld dat het aannemen van een dreigende gevechtshouding gepaard ging met het opzoeken van de confrontatie en zich agressief gedragen, en het daarbij gedurende enige tijd meegaan in een aanvalsgolf van een groep schoppende, slaande en met flessen gooiende personen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken