HR 19 december 2017, ECLI:NL:HR:2017:3188
Eenvoudige belediging door spugen in gezicht buschauffeur. Art. 266 Sr. Falende middelen over 1. Toepassing noodzakelijkheidscriterium bij afwijzing verzoek getuigen strijdig met art. 6.3.b EVRM, ondanks dat appelschriftuur niet is ingediend binnen 14 dagen? 2. Taalbarrière tussen getuigen, waarbij getuige X in gebrekkig Nederlands en Engels en met gebaren aan getuige Y (die als bijzonder opsporingsambtenaar werkzaam was) een verklaring heeft afgelegd. Afwijzing horen van getuige X toereikend gemotiveerd? 3. Wordt bewezenverklaring voldoende gesteund door de eigen waarnemingen van getuigen X en Y? HR: art. 81.1 RO.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Tekst
19 december 2017
Strafkamer
nr. S 16/03331
KD/AJ
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 15 juni 2016, nummer 22/002494-15, in de strafzaak tegen:
[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1970.
1 Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft E.R. Weening, advocaat te Rotterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal A.J. Machielse heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2 Beoordeling van de middelen
De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren M.J. Borgers en M.T. Boerlage, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 19 december 2017.