HR 19 december 2017, ECLI:NL:HR:2017:3133
Voortgezette handeling van poging tot zware mishandeling en poging tot zware mishandeling, art. 302.1 Sr. Verdachte is na een achtervolging door twee motoragenten klemgereden en is teneinde aan de staandehouding te ontkomen achteruit op een motoragent afgereden en vooruit op diezelfde agent ingereden, waarna de auto door politieagenten is beschoten. Middelen m.b.t. voorwaardelijk opzet bij verdachte op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel bij een agent, verwerping beroep op noodweer(exces), oordeel Hof over vuurwapengebruik i.h.l.v. de Ambtsinstructie en noodweersituatie agent en afwijzing verzoek tot nader onderzoek door NFI a.b.i. art. 315 Sv. HR: art. 81.1 RO.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Tekst
19 december 2017
Strafkamer
nr. S 16/02137
AKA
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 13 april 2016, nummer 22/001236-15, in de strafzaak tegen:
[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1989.
1 Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft G. Spong, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadsman heeft daarop schriftelijk gereageerd.
2 Beoordeling van de middelen
De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en V. van den Brink, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 19 december 2017.