HR 1 december 2017, ECLI:NL:HR:2017:3056

Opzettelijk onjuist doen van aangiften vennootschapsbelasting door rechtspersoon. Art. 69.2 (oud) AWR, art. 20a.1 (oud) Wet Vpb. Fiscaal pleitbaar standpunt? HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2017:638 (belastingkamer) t.a.v. fiscaal pleitbaar standpunt dat betrekking heeft op belastingaangifte a.b.i. in AWR. In het oordeel van het Hof dat het in de gegeven omstandigheden bijkans evident was dat medio 2004 sprake was van een belangrijke wijziging van het uiteindelijke belang in de verdachte rechtspersoon, ligt als zijn oordeel besloten dat de verdachte rechtspersoon t.t.v. het doen van de aangiften Vpb - naar objectieve maatstaven gemeten - niet redelijkerwijs kon en mocht menen dat diens uitleg van het bepaalde in art. 20a.1 (oud) Wet Vpb en daarmee de door hem gedane aangiften juist waren. Dat oordeel geeft, gelet op ECLI:NL:HR:2017:638, niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk. Hetzelfde geldt voor het daarop gebaseerde oordeel van het Hof dat geen sprake is van een fiscaal pleitbaar standpunt.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken