HR 21 november 2017, ECLI:NL:HR:2017:2956

Jeugdzaak. Belaging en laster door het plaatsen van een valse bestelling en valse internetadvertenties, art. 285b en 262 Sr. Wettig en overtuigend bewijs, art. 338 Sv. Klacht dat het Hof in zijn nadere bewijsoverweging slechts heeft geoordeeld dat “aannemelijk” is dat het verdachte is geweest die de bestelling en de advertenties heeft geplaatst, kan niet tot cassatie leiden. Het Hof heeft kennelijk - zij het in minder gelukkige bewoordingen - tot uitdrukking gebracht dat gelet op de aangehaalde f&o hetgeen door en namens verdachte naar voren is gebracht omtrent de plaatsing van de bestelling en de advertenties, niet aannemelijk is geworden, en het wettig en overtuigend bewezen acht dat verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan. CAG: anders. HR verwijst de zaak naar de rolzitting opdat de AG zich alsnog kan uitlaten over het andere middel.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen