HR 14 november 2017, ECLI:NL:HR:2017:2871

1. Art. 359a Sv. Falende rechts- en motiveringsklacht over verwerping verweer dat sprake is van een vormverzuim (onrechtmatige vordering tot identificatie ex art. 2 Wet op de Identificatieplicht en daaropvolgende aanhouding van verdachte) begaan ‘bij het voorbereidend onderzoek’. 2. Falende strafmotiveringsklacht, art. 359.6 Sv. HR: art. 81.1 RO.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Tekst

14 november 2017
Strafkamer
nr. S 16/02073
ABO
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 10 maart 2016, nummer 23/002183-15, in de strafzaak tegen:
[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1975.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J. Kuijper, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De raadsvrouwe heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2 Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 14 november 2017.

Aangehaalde artikelen

Aangehaald in

Verbonden uitspraken