HR 14 november 2017, ECLI:NL:HR:2017:2857
Verkorting wettelijke oproepingstermijn ex art. 265.2 Sv jo. 320.3 Sv en 415.1 Sv: toestemming door verdachte rechtspersoon? Aan de oproeping voor de nadere tz. in h.b. is gehecht een akte van uitreiking inhoudende dat die oproeping drie dagen voor die tz. is uitgereikt aan A, office manager, alsmede dat A "namens deze" (HR begrijpt: namens verdachte) handtekeningen heeft geplaatst voor respectievelijk "ontvangst" en "afstand 10 dagen termijn". Het in de bestreden uitspraak besloten liggende oordeel dat de verkorting van de in art. 265.1 Sv jo. 320.3 Sv voorgeschreven termijn van tien dagen heeft plaatsgevonden met toestemming van verdachte, is niet z.m. begrijpelijk, nu niet blijkt dat A bestuurder is van de r.p. en evenmin dat zij daartoe door de r.p. is gemachtigd. Nu voorts blijkens het pv van de tz. in h.b. verdachte aldaar niet is verschenen, is in het licht van art. 265.3 Sv de beslissing van het Hof tot verstekverlening ontoereikend gemotiveerd. Volgt vernietiging en terugwijzing.
De uitspraak op rechtspraak.nl