HR 31 oktober 2017, ECLI:NL:HR:2017:2804
Niet beslist op beroep op strafvermindering vanwege onrechtmatige inverzekeringstelling, art. 359a.1.a Sv. Pleitnota in het ongerede geraakt maar wel aan cassatieschriftuur gehecht. O.g.v. bij het Hof ingewonnen nadere informatie en het p-v van de tz. in h.b. moet worden aangenomen dat de raadsman van verdachte ttz. in h.b. het woord heeft gevoerd overeenkomstig de inhoud van een door hem overgelegde pleitnota en dat die pleitnota nadien in het ongerede is geraakt en niet meer ter beschikking zal komen. Gelet daarop gaat HR veronderstellenderwijs ervan uit dat de raadsman ttz. heeft aangevoerd hetgeen in de CAG is weergegeven (citaat uit de aan de schriftuur gehechte pleitnota). Hof heeft n.a.v. dit verweer geen beslissing gegeven. Mede gelet op de gronden die zijn vermeld in de CAG moet dit verzuim tot cassatie leiden. CAG: Hetgeen door de raadsman is aangevoerd, kan bezwaarlijk anders worden verstaan dan als een beroep op strafvermindering a.b.i. art. 359a.1. Sv. Op een dergelijk verweer behoort de rechter ex art. 359a.3 Sv een met redenen omklede beslissing te geven. Gelet op de onderbouwing van het gevoerde verweer door de raadsman, kan niet z.m. worden gezegd dat het Hof het verweer slechts had kunnen verwerpen.
De uitspraak op rechtspraak.nl