HR 31 oktober 2017, ECLI:NL:HR:2017:2798
Zware mishandeling door tijdens een caféruzie een glas in het gezicht van een ander te gooien, art. 302 Sr. Middelen o.m. over ‘s Hofs kwalificatie van het bewezenverklaarde feit als “zware mishandeling”, terwijl Hof verdachte heeft vrijgesproken van het “primair en subsidiair tenlastegelegde feit”, te weten “zware mishandeling” en “poging tot zware mishandeling”. HR: art. 81.1 RO. CAG: Hof heeft bij kennelijke verschrijving het bewezenverklaarde feit aangeduid als het “meer subsidiair tenlastegelegde” i.p.v. het “primair tenlastegelegde” dan wel heeft bij kennelijke verschrijving art. 300 Sr i.p.v. art. 302 Sr vermeld.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Tekst
31 oktober 2017
Strafkamer
nr. S 16/01847
AKA
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, van 23 maart 2016, nummer 21/002077-15, in de strafzaak tegen:
[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1992.
1 Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J.C. Reisinger, advocaat te Utrecht, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Namens de benadeelde partij heeft B. Pernot, advocaat te Wijchen, een verweerschrift ingediend.
De Advocaat-Generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2 Beoordeling van de middelen
De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M.J. Borgers, in bijzijn van de griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 31 oktober 2017.