HR 31 oktober 2017, ECLI:NL:HR:2017:2795
OM-cassatie. OM n-o verklaard in vervolging van TBS-er die reclasseringsmedewerkster heeft bedreigd, art. 167.1 Sv. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2012:BX4280, ECLI:NL:HR:2012:BW5002 en ECLI:NL:HR:2013:7 m.b.t. opportuniteitsbeginsel en uitzonderlijke gevallen waarin plaats is voor een n-o verklaring van het OM in de vervolging op de grond dat het instellen of voortzetten van die vervolging onverenigbaar is met beginselen van een goede procesorde. Met de overweging "dat het openbaar ministerie na afweging van de betrokken belangen in redelijkheid niet tot de (voortzetting van de) vervolgingsbeslissing heeft kunnen komen" heeft het Hof deze maatstaf miskend. I.h.b. blijkt uit ’s Hofs beslissing niet dat het heeft getoetst of geen redelijk handelend lid van het OM heeft kunnen oordelen dat met (voortzetting van) de vervolging enig door strafrechtelijke handhaving beschermd belang gediend kon zijn, zodat sprake zou zijn van een zodanige, aperte onevenredigheid van de vervolgingsbeslissing dat de (verdere) vervolging onverenigbaar is met het verbod van willekeur. In aanmerking genomen dat het Hof heeft geoordeeld "dat bedreiging van een reclasseringswerker die haar werk komt doen een ernstig feit is en dat zulke personen speciale bescherming genieten zodat een vervolging voor een dergelijk feit op zichzelf voor de hand zou kunnen liggen", kan ook niet worden aangenomen dat enig door strafrechtrechtelijke handhaving beschermd belang ontbreekt. HR merkt nog op dat niets eraan in de weg staat dat de strafrechter bij de beantwoording van de in art. 350 Sv bedoelde vragen, waaronder de vraag of verdachte een straf of maatregel moet worden opgelegd en zo ja welke, rekening houdt met factoren als de consequenties van de vervolging voor de gezondheid van verdachte en het tijdverloop sinds het tlgd. feit. Van een niet-ontvankelijkheid in de strafvervolging o.g.v. uitzonderlijke omstandigheden, de persoon van verdachte betreffende, kan echter slechts sprake zijn indien die omstandigheden meebrengen dat geen redelijk handelend lid van het OM heeft kunnen oordelen dat met (voortzetting van) de vervolging enig door strafrechtelijke handhaving beschermd belang gediend kon zijn. Volgt verwijzing naar ander Hof.
De uitspraak op rechtspraak.nl