HR 17 oktober 2017, ECLI:NL:HR:2017:2631
Antilliaanse zaak, Sint Maarten. 1. Wijziging van wetgeving, art. 1:1.2 SrM. 2. Medeplegen van witwassen van een geldbedrag, 2:404.1.b SrM. 3. Ontoelaatbare conclusies in verklaring van verbalisanten tot bewijs gebezigd. 4. Deelneming aan een criminele organisatie, art. 146 SrNA. Duurzaam en gestructureerd samenwerkingsverband tussen de in de bewezenverklaring genoemde personen? Ad 1. HR merkt op dat art. 2:404 SrM t.o.v. art. 435a SrNA een wijziging van wetgeving is t.a.v. toepasselijke regels van het sanctierecht van Sint Maarten. Ingevolge art. 1:2.2 SrM dient de rechter de voor verdachte gunstigste bepaling, te weten art. 2:404 SrM, toe te passen. Ad 2. Uit bewijsvoering kan niet volgen dat verdachte het geldbedrag tezamen en in vereniging met een ander voorhanden heeft gehad, terwijl hij en zijn mededader wisten dat dit geld onmiddellijk of middellijk van misdrijf afkomstig was. HR neemt daarbij mede in aanmerking dat het Hof heeft vastgesteld dat "het geld [was] verpakt in een zwart plastic tasje, zodat zonder het openen daarvan de inhoud niet zichtbaar was" en dat de bewijsvoering niets inhoudt waaruit kan volgen dat verdachte zich in meerdere of mindere mate bewust was van de aanwezigheid van het geldbedrag. Ad 3. Tot het bewijs gebezigde inhoud van p-v’s behelst onderdelen die niet kunnen worden aangemerkt als een mededeling van feiten en omstandigheden die verbalisanten zelf hebben waargenomen of ondervonden of ten aanzien waarvan niet kan blijken op welke feiten en omstandigheden de verbalisanten hun wetenschap hebben gebaseerd, op welke onderdelen de bewezenverklaring klaarblijkelijk in doorslaggevende mate steunt. Ad. 4. Voor een veroordeling t.z.v. art. 140.1 Sr is vereist dat sprake is van een samenwerkingsverband, met een zekere duurzaamheid en structuur, tussen verdachte en tenminste één andere persoon. Er bestaat geen grond t.a.v. de vergelijkbare bepaling van het WvSv NA anders te oordelen. Ook de wetsgeschiedenis bevat geen aanknopingspunten voor zo’n andersluidende wetsuitleg. Zonder nadere motivering, die ontbreekt, is ’s Hofs oordeel dat verdachte d.m.v. een duurzaam en gestructureerd samenwerkingsverband heeft deelgenomen aan een organisatie onbegrijpelijk. Volgt partiële vernietiging en terugwijzing.
De uitspraak op rechtspraak.nl