HR 10 oktober 2017, ECLI:NL:HR:2017:2587
Art. 9.2 WVW 1994. Ongeldig verklaard rijbewijs, redelijkerwijs moeten weten. Slagende bewijsklacht. Uit de bewijsvoering kan niet z.m. volgen dat verdachte redelijkerwijs moest weten dat zijn rijbewijs ongeldig was verklaard. De verklaring van verdachte dat hij een rijontzegging heeft gehad die reeds was afgelopen en hij zijn rijbewijs niet van het CBR heeft teruggekregen en de omstandigheid dat het CBR het besluit tot ongeldigverklaring van het rijbewijs van verdachte heeft genomen zijn daartoe niet voldoende, mede in aanmerking genomen dat de bewijsvoering niets inhoudt waaruit kan worden afgeleid dat dit besluit aan verdachte is toegezonden en door hem is ontvangen. Die gevolgtrekking kan daaraan ook niet worden verbonden in samenhang met hetgeen het Hof blijkens de bewijsvoering voor het overige in aanmerking heeft genomen. Volgt vernietiging en terugwijzing.
De uitspraak op rechtspraak.nl