HR 26 september 2017, ECLI:NL:HR:2017:2475
Profijtontneming, hennepteelt. Art. 511e.1 Sv en art. 6 EVRM. Hof heeft bij de schatting van het w.v.v. in afwijking van de ontnemingsvordering door betrokkene uit het maken van foto's van hennepplanten verkregen inkomsten (royalty’s) betrokken. Verrassingsbeslissing? Ex art. 511e.1 Sr is de ontnemingsvordering niet de grondslag waarop de rechter heeft te beslissen maar slechts de aanleiding voor zijn beslissing (vgl. ECLI:NL:HR:2001:ZD2770), terwijl geen rechtsregel zich ertegen verzet dat de rechter t.z.v. de betalingsverplichting a.b.i. art. 36e Sr een hoger bedrag vaststelt dan door het OM is gevorderd (vgl. ECLI:NL:HR:2001:AB3200). Beginselen van een eerlijk proces ex art. 6 EVRM kunnen meebrengen dat het de ontnemingsrechter pas vrijstaat bepaalde feiten en omstandigheden te betrekken in zijn beraadslaging over de ontnemingsvordering a.b.i. in art. 511e.1.a Sv, nadat hij partijen in de gelegenheid heeft gesteld zich daarover uit te laten. Daarvan zal met name sprake zijn indien het gaat om f&o die zodanig nieuw zijn dat partijen met het in aanmerking nemen daarvan geen rekening behoefden te houden en zulks een ontoelaatbare verrassingsbeslissing zou opleveren. De door het Hof in aanmerking genomen omstandigheid dat betrokkene ook uit de verkoop van foto's van hennepplanten inkomsten heeft genoten, kan niet als een zodanig nieuwe omstandigheid worden aangemerkt reeds omdat verdachte zelf ttz. in h.b. over deze inkomsten en de hoogte daarvan heeft verklaard.
De uitspraak op rechtspraak.nl