HR 19 september 2017, ECLI:NL:HR:2017:2402

Ontvankelijkheid verdachte in hoger beroep, art. 408.1 onder a en c Sv. Zijn de akte van uitreiking behorende bij de dagvaarding in e.a. en de afstandsverklaring voor de tz. in e.a. door verdachte ondertekend? Het Hof is zonder nadere motivering voorbijgegaan aan de uit de stukken blijkende omstandigheid dat de handtekeningen op de vermelde akte van uitreiking en afstandsverklaring geen enkele gelijkenis vertonen met de (onderling overeenkomende) handtekeningen op de bij de stukken van het geding bevindende brief en identiteitskaart van verdachte. Dit brengt mee dat het oordeel van het Hof dat verdachte, die in zijn brief aan de Ktr heeft gesteld dat hij geen afstandsverklaring heeft ondertekend, n-o dient te worden verklaard wegens het niet in acht nemen van de termijn van art. 408.1 Sv niet zonder meer begrijpelijk is. Volgt vernietiging en terugwijzing.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen