HR 19 september 2017, ECLI:NL:HR:2017:2392
1. Toelaatbaarheid bijzondere voorwaarde (contactverbod), voor zover inhoudende “relaties van voornoemde personen”, art. 14c.2 Sr. 2. Dadelijke uitvoerbaarheid bijzondere voorwaarden en reclasseringstoezicht, art. 14e.1 Sr. ad 1. Een bijzondere voorwaarde a.b.i. art. 14c.2 sub 14 Sr dient het gedrag van veroordeelde te betreffen. Als zodanig kunnen worden aangemerkt voorwaarden die strekken ter bevordering van een goed levensgedrag van de veroordeelde of die een gedraging betreffen waartoe hij uit een oogpunt van maatschappelijke betamelijkheid gehouden moet worden (vgl. ECLI:NL:HR:1968:AB6079). De door het Hof gestelde bijzondere voorwaarde dat “de veroordeelde gedurende de proeftijd van drie jaren op geen enkele wijze – direct of indirect – contact zal opnemen, zoeken of hebben met X en Y, dan wel relaties van voornoemde personen” is in strijd met genoemde bepaling v.zv. deze betrekking heeft op “relaties van voornoemde personen”, omdat in zoverre in deze voorwaarde niet een voldoende precies gedragsvoorschrift is geformuleerd. HR vernietigt bijzondere voorwaarde v.zv. deze betrekking heeft op “relaties van” X en Y. Ad 2. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2015:537 m.b.t. motiveringsverplichting dadelijke uitvoerbaarheid bijzondere voorwaarden en reclasseringstoezicht. ’s Hofs arrest voldoet niet aan deze motiveringsverplichting. HR doet zaak om doelmatigheidsredenen zelf af en vernietigt bevel tot dadelijke uitvoerbaarheid.
De uitspraak op rechtspraak.nl