HR 14 februari 2017, ECLI:NL:HR:2017:239

OM-cassatie. Vrijspraak t.z.v. overtreding van art. 197 Sr na uitgevaardigd inreisverbod. Terugkeerrichtlijn. 1. Toetsingskader. 2. Inreisverbod evident in strijd met Terugkeerrichtlijn? Ad 1. Hof is bij de beoordeling van het tlgd. ervan uitgegaan dat de uitleg die het HvJ EU in ECLI:EU:C:2015:377 heeft gegeven aan het begrip "gevaar voor de openbare orde" a.b.i. art. 7.4 Terugkeerrichtlijn, mede richtinggevend is voor de uitleg van het begrip "ernstige bedreiging voor de openbare orde" a.b.i. art. 11.2 Terugkeerrichtlijn. Hierin ligt als ’s Hofs oordeel besloten dat voor de uitvaardiging van een inreisverbod voor de duur van meer dan vijf jaar minstens is vereist dat sprake is van een werkelijke, actuele en voldoende ernstige bedreiging die een fundamenteel belang van de samenleving aantast. Dit oordeel geeft niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting (vgl. ECLI:NL:RVS:2016:1550.). Ad 2. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2016:616 m.b.t. de taakverdeling tussen straf- en bestuursrechter en de gevolgen hiervan voor verweren in de strafzaak, indien de bestuursrechter bij onherroepelijke uitspraak heeft beslist over het inreisverbod. Hof heeft geoordeeld dat de motivering van de uitvaardiging van het inreisverbod in het licht van de in voornoemde uitspraak van het HvJ EU geformuleerde criteria onvoldoende is voor de conclusie dat sprake is van een ernstige bedreiging voor de openbare orde, zodat het tegen verdachte uitgevaardigde inreisverbod evident in strijd is met de Terugkeerrichtlijn. Dit oordeel is ontoereikend gemotiveerd. Het daarin besloten liggende oordeel van het Hof dat evident geen sprake was van een werkelijke, actuele en voldoende ernstige bedreiging die een fundamenteel belang van de samenleving aantast, is zonder nadere motivering niet begrijpelijk.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken