HR 11 augustus 2017, ECLI:NL:HR:2017:1618

HR: art. 81.1 RO.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Tekst

11 augustus 2017
nr. 17/01412
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van [X1] en [X2] te [Z] (hierna: belanghebbenden) tegen de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 7 februari 2017, nrs. 16/402 WWB, 16/421 WWB, 16/647 WWB en 16/500 WWB, op het hoger beroep van belanghebbenden tegen de uitspraken van de Rechtbank Rotterdam (nrs. ROT 14/8526, ROT 15/2214 en ROT 15/2216) betreffende besluiten van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rotterdam ingevolge de Wet werk en bijstand.

1 Geding in cassatie

Belanghebbenden hebben tegen de uitspraak van de Centrale Raad beroep in cassatie ingesteld en daarbij een middel voorgesteld.

2 Beoordeling van het middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

4 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.

Dit arrest is gewezen door de raadsheer J. Wortel als voorzitter, en de raadsheren Th. Groeneveld en A.F.M.Q. Beukers-van Dooren, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 11 augustus 2017.

Aangehaalde artikelen

Verbonden uitspraken