HR 4 juli 2017, ECLI:NL:HR:2017:1277

Mogelijkheid tot instellen van beroep in cassatie door b.p.? Wet bevat geen regeling t.a.v. het instellen van beroep in cassatie door b.p. indien haar vordering door de appelrechter in het strafgeding n-o is verklaard dan wel is afgewezen en noch verdachte noch het OM cassatieberoep heeft ingesteld (vgl. ECLI:NL:HR:2002:AD7011). Ook aan het EVRM of het Unierecht kan b.p. niet het recht ontlenen in een dergelijk geval cassatieberoep in te stellen tegen deze beslissing. Het beroep op de aan het EVRM ontleende discriminatieverboden gaat niet op omdat het slachtoffer zich niet alleen als b.p. kan voegen in een strafprocedure maar tevens de mogelijkheid heeft om in een civiele procedure schadevergoeding te vorderen. Art. 16 Richtlijn 2012/29/EU tot vaststelling van minimumnormen voor de rechten, de ondersteuning en de bescherming van slachtoffers van strafbare feiten, waarvan de omzettingstermijn is verstreken op 16 november 2015, is niet een zodanige onvoorwaardelijk en voldoende nauwkeurig geformuleerde bepaling dat de b.p. daaraan het recht kan ontlenen cassatieberoep in te stellen, zodat een beroep op de rechtstreekse werking daarvan niet opgaat. Gelet op het voorgaande bestaat geen aanleiding tot het stellen van prejudiciële vragen. HR verklaart b.p. n-o in het beroep.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken