HR 4 juli 2017, ECLI:NL:HR:2017:1226
1. Witwassen, art. 420bis.1.b Sr. Verwerven, omzetten en gebruik maken van (contant) geld afkomstig uit prostitutiewerkzaamheden. 2. Maximumduur vervangende hechtenis bij oplegging meerdere schadevergoedingsmaatregelen, art. 24c Sr, art. 60a Sr en art. 36f Sr. Ad 1. Het middel doet een beroep op de rechtspraak van de HR over in het bijzonder de kwalificeerbaarheid als witwassen van het "verwerven" van onmiddellijk uit eigen misdrijf afkomstige voorwerpen (vgl. ECLI:NL:HR:2014:702 en ECLI:NL:HR:2016:2842). De bewezenverklaring houdt evenwel ook in dat verdachte de hoeveelheden (contant) geld heeft "omgezet" en/of daarvan "gebruik heeft gemaakt". Gelet hierop en in aanmerking genomen dat het Hof bij de kwalificatie van het bewezenverklaarde kennelijk geen zelfstandige betekenis heeft toegekend aan het "verwerven" van de geldbedragen, zou de mogelijke gegrondheid van deze klacht niet tot cassatie behoeven te leiden wegens het ontbreken van voldoende belang van verdachte bij deze klacht. Ad 2. Hof heeft verdachte verplichting opgelegd tot betaling aan de Staat van in totaal € 88.925,- t.b.v. vijf slachtoffers, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door in totaal 563 dagen hechtenis. Ex art. 36f.8 Sr jo. art. 24c.1 Sr dient de rechter bij het opleggen van een svm voor het geval dat noch volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, te bevelen dat vervangende hechtenis zal worden toegepast. Die vervangende hechtenis mag in geval van samenloop a.b.i. art. 57 Sr o.g.v. art. 60a Sr jo. art. 24c.3 Sr ten hoogste een jaar bedragen. HR vermindert zelf de duur van de vervangende hechtenis in die zin dat is voldaan aan het wettelijk bepaalde maximum van een jaar.
De uitspraak op rechtspraak.nl