HR 4 juli 2017, ECLI:NL:HR:2017:1212

Ondervragingsrecht, steunbewijs. Getuigen. Art. 6 EVRM. Getuige tevens medeverdachte beroept zich op zijn verschoningsrecht. HR staat stil bij eisen eerlijk proces m.b.t. bewezenverklaring die al dan niet in beslissende mate op een verklaring van een niet gehoorde getuige wordt gebaseerd en de vraag wanneer bewezenverklaring in beslissende mate steunt op de verklaring van niet ondervraagde getuige. Indien een getuige zich van het geven van een getuigenis of van het beantwoorden van bepaalde vragen verschoont en de getuige dientengevolge weigert antwoord te geven op de vragen die de verdediging hem stelt of doet stellen, ontbreekt een behoorlijke en effectieve mogelijkheid tot ondervraging (vgl. ECLI:NL:HR:2013:BX5539). Het Hof heeft geoordeeld dat verklaringen van medeverdachte bruikbaar zijn voor het bewijs, nu de betrokkenheid van verdachte niet in beslissende mate op die verklaringen is gebaseerd maar in voldoende mate steun vindt in andere bewijsmiddelen en dit steunbewijs betrekking heeft op die onderdelen van de verklaringen van medeverdachte die door verdachte zijn betwist. Dat oordeel is i.h.l.v. de gebezigde bewijsmiddelen onjuist noch onbegrijpelijk. Volgt verwerping. Samenhang met 16/00865; 16/01127; 16/01291; 16/01363 en 16/02161.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken