HR 31 januari 2017, ECLI:NL:HR:2017:120

Gewelddadige straatroof in Amsterdam door jeugdige verdachten. 1. Niet beslist op voorwaardelijke getuigenverzoeken. 2. Afwijzing getuigenverzoeken, noodzakelijkheidscriterium. 3. Verklaring niet ondervraagde getuige tot het bewijs gebezigd. Ad 1. Gelet op verklaring van raadsman op latere tz. en het procesverloop in h.b., heeft Hof kennelijk en niet onbegrijpelijk geoordeeld dat raadsman het op eerdere tz. voorwaardelijk gedane verzoek om A als getuige te horen, niet heeft gehandhaafd. Voorts heeft Hof, gelet op hetgeen raadsman op latere tz. heeft aangevoerd, kennelijk en niet onbegrijpelijk geoordeeld dat raadsman het op eerdere tz. voorwaardelijk gedane verzoek om B en C als getuige te horen heeft omgezet in een onvoorwaardelijk verzoek. Op dat verzoek heeft Hof beslist. Ad 2. Hof heeft getuigenverzoek afgewezen op de grond dat de noodzakelijkheid van het verzoek hem niet is gebleken. Dat oordeel is niet onbegrijpelijk, gelet op hetgeen door de raadsman aan het verzoek ten grondslag is gelegd. Ad 3. Ook indien de verdediging niet in enig stadium van het geding de gelegenheid heeft gehad een persoon die een verklaring tegenover de politie heeft afgelegd te (doen) ondervragen, staat art. 6 EVRM aan het gebruik tot het bewijs van het p-v van politie met een dergelijke verklaring niet in de weg, als de betrokkenheid van verdachte bij het hem tlgd. feit in voldoende mate steun vindt in andere b.m. en dit steunbewijs betrekking heeft op die onderdelen van diens verklaring die door verdachte zijn betwist. In de gebezigde b.m. is voldoende steun te vinden voor de betrokkenheid van verdachte bij het hem tlgd. Samenhang met nr. 16/01812 J.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen