HR 24 mei 2016, ECLI:NL:HR:2016:956
Onrechtmatige staandehouding? CAG: in h.b. was geen sprake van een verweer strekkende tot bewijsuitsluiting a.b.i. art. 359a.2 Sv. ’s Hofs oordeel dat de staandehouding niet onrechtmatig was, getuigt niet van een onjuiste opvatting, is niet onbegrijpelijk en is ook niet ontoereikend gemotiveerd. HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 15/00057.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Tekst
24 mei 2016
Strafkamer
nr. S 15/00058
AGE
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 23 december 2014, nummer 23/003701-13, in de strafzaak tegen:
[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1993.
1 Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J. IJdis, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal F.W. Bleichrodt heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2 Beoordeling van de middelen
De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 24 mei 2016.