HR 19 januari 2016, ECLI:NL:HR:2016:78
OM-cassatie. Beklag, beslag, art. 552a Sv. Met toepassing van de juiste maatstaf bij de beoordeling van een op de voet van art. 94a Sv gelegd beslag heeft de Rb beoordeeld of zich hier het geval voordoet dat niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, aan klaagster een gb of een verplichting tot betaling van een geldbedrag ter ontneming van w.v.v. zal opleggen. De Rb heeft dat hoogst onwaarschijnlijk geacht. Aan dit oordeel heeft de Rb i.h.b. ten grondslag gelegd dat het OM in de strafzaak tegen klaagster bij, niet-onherroepelijk, arrest van het Hof Den Haag n-o is verklaard in de strafvervolging. De Rb had bij haar oordeel evenwel niet mogen vooruitlopen op de mogelijke uitkomst van de strafzaak.
De uitspraak op rechtspraak.nl