HR 26 april 2016, ECLI:NL:HR:2016:743

Bevorderen en voorhanden hebben van voorwerpen bestemd tot het plegen van het feit, art. 10a Opw. Drugsafval. HR verwijst naar HR ECLI:NL:HR:1997:ZD0697, ECLI:NL:HR:2012:BX6767, ECLI:NL:HR:2001:AB0494 en ECLI:NL:HR:1987:AD0099. Het hof heeft onvoldoende inzicht gegeven in de gedachtegang. Indien het hof heeft bedoeld dat ook van bevorderingshandelingen sprake kan zijn na voltooiing van het delict (de productie van verdovende middelen) getuigt het oordeel van een onjuiste rechtsopvatting. Indien het hof niet van een reeds voltooid delict is uitgegaan, heeft het zijn oordeel ontoereikend gemotiveerd nu uit de gehanteerde bewijsvoering niet kan volgen dat verdachte t.t.v. het voorhanden hebben van de materialen ernstige reden had te vermoeden dat die “bestemd” waren voor (de voortgang van) het productieproces. AG: anders.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken