HR 19 april 2016, ECLI:NL:HR:2016:690

Beklag tegen beslag ex art. 94 en art. 94a. Middelen tegen de aangelegde maatstaf en motivering. HR: 81.1 RO.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Tekst

19 april 2016
Strafkamer
nr. S 15/02328 B
ABO/MD
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de Rechtbank Overijssel, zittingsplaats Almelo, van 1 april 2015, nummer RK 14/1211, op een klaagschrift als bedoeld in art. 552a Sv, ingediend door:
[klaagster] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1982.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de klaagster. Namens deze heeft P. van de Kerkhof, advocaat te Tilburg, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

Namens de klaagster heeft K.G.L. Bovens, advocaat te Tilburg, daarop schriftelijk gereageerd.

2 Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Deze beschikking is gegeven door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en H.A.G. Splinter-van Kan, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 19 april 2016.

Aangehaalde artikelen

Aangehaald in

Verbonden uitspraken