HR 5 april 2016, ECLI:NL:HR:2016:579

Beklag, beslag ex art. 94 Sv. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2010:BL2823 m.b.t. het summiere karakter van het onderzoek in raadkamer n.a.v. klaagschrift ex art. 552a Sv. De Rb heeft overwogen dat "[a]lles overziend zich in het dossier onvoldoende aanwijzingen [bevinden] dat de goederen bestemd waren voor de beroeps- of bedrijfsmatige hennepteelt en dat klager dit wist of ernstige reden had om dit te vermoeden", en dat "[z]o (...) al vast zou staan dat klager goederen voorhanden heeft gehad die geschikt zijn voor de beroeps- of bedrijfsmatige hennepteelt, (...) is dit onder deze omstandigheden onvoldoende [is] om een criminele intentie ten aanzien van de bestemming van deze goederen aan te nemen". Aldus heeft de Rb onderzocht of de gedragingen die aan klager worden verweten voldoende blijken uit het dossier en op grond daarvan geoordeeld dat "het op basis van het thans beschikbare dossier hoogst onwaarschijnlijk [is] dat de strafrechter, later oordelend, de inbeslaggenomen goederen zal verbeurd verklaren of zal onttrekken aan het verkeer". Daarmee is de Rb te ver vooruitgelopen op de mogelijke uitkomst van een nog te voeren procedure in de hoofdzaak. De beslissing van de Rb is niet begrijpelijk.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken