HR 5 april 2016, ECLI:NL:HR:2016:561
Plaatsing in een psychiatrisch ziekenhuis, art. 37.1. Sr. Hof heeft bij de beoordeling van de vraag of verdachte gevaarlijk is, acht geslagen op een feit waarvoor verdachte nog niet onherroepelijk is veroordeeld. Ex art. 37.1 Sr kan de rechter gelasten dat degene aan wie een strafbaar feit wegens de gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van zijn geestvermogens niet kan worden toegerekend, in een psychiatrisch ziekenhuis zal worden geplaatst voor een termijn van een jaar, doch alleen indien hij gevaarlijk is voor zichzelf, voor anderen, of voor de algemene veiligheid van personen of goederen. Het is aan de rechter in feitelijke aanleg om te beoordelen of verdachte gevaarlijk is voor zichzelf, voor anderen of voor de algemene veiligheid van personen of goederen. Die beoordeling is zozeer verweven met waarderingen van feitelijke aard dat zij in cassatie slechts in beperkte mate kan worden getoetst. De klacht berust op de opvatting dat de rechter bij die beoordeling geen strafbare feiten in aanmerking mag nemen waarvoor verdachte nog niet onherroepelijk is veroordeeld. Die opvatting is in haar algemeenheid onjuist.
De uitspraak op rechtspraak.nl