HR 29 maart 2016, ECLI:NL:HR:2016:516
Art. 327 Sv. Art. 80a RO. Het door het Hof (partieel) bevestigde vonnis is aangetekend in een p-v ttz. dat niet overeenkomstig art. 327 Sv is vastgesteld en ondertekend, zodat het rechtskracht mist. Zoals in de conclusie van de AG onder 10 is uiteengezet kan dit verzuim blijkens bij de Pr ingewonnen nadere informatie niet worden hersteld. E.e.a. brengt mee dat het o.ttz. in e.a. en de naar aanleiding daarvan gewezen uitspraak aan nietigheid lijden. Het vonnis van de Pr leende zich derhalve niet voor (partiële) bevestiging door het Hof. In aanmerking genomen evenwel dat het p-v ttz. in h.b. enerzijds inhoudt dat aldaar het woord tot verdediging is gevoerd door een door de verdachte daartoe uitdrukkelijk gemachtigde advocaat en anderzijds niet inhoudt dat aldaar beroep is gedaan op voormelde nietigheid, kan daarover niet met vrucht voor het eerst in cassatie worden geklaagd. Gelet daarop is de HR van oordeel dat de verdachte onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep. De HR zal daarom - gezien art. 80a RO - het beroep niet-ontvankelijk verklaren. Conclusie AG: anders.
De uitspraak op rechtspraak.nl