HR 22 maart 2016, ECLI:NL:HR:2016:466
Verzuim te beslissen op voorwaardelijk gedane verzoeken. De (voorwaardelijke) verzoeken tot het horen van getuigen en tot het doen van nader onderzoek aan een aangetroffen fles olijfolie en aangetroffen scharen zijn verzoeken als voorzien in art. 331.1 Sv jo. art. 328 Sv, om toepassing te geven aan art. 315 Sv, welke bepalingen naar luid van art. 415.1 Sv ook op het onderzoek in h.b. toepasselijk zijn, zodat een uitdrukkelijke beslissing op deze verzoeken was vereist. Dat geldt ook voor zover de verzoeken voorwaardelijk zijn gedaan, nu de daaraan gestelde voorwaarden zijn vervuld. Het Hof was van oordeel dat het op de desbetreffende verzoeken niet behoorlijk kon beslissen als zij werden gedaan onder de voorwaarde dat het Hof de verdachte niet zou vrijspreken. Het Hof heeft, toen de verdediging het verzoek niet in onvoorwaardelijke zin wenste te doen, het verzoek als niet gedaan beschouwd. Zodanige uitleg kan niet worden aanvaard, omdat zij wezenlijk tekort kan doen aan belangen die de verdediging met deze verzoeken beoogt te dienen. Het Hof had dus op de voorwaardelijke verzoeken moeten beslissen. Noch het p-v ttz in h.b. noch het bestreden arrest houdt een beslissing in op deze verzoeken. Het middel is terecht voorgesteld. V.zv. het middel betrekking heeft op de verzoeken tot het horen van getuigen heeft dat verzuim ex art. 330 Sv jo. art. 415 Sv nietigheid tot gevolg. V.zv. het middel betrekking heeft op het verzoek tot het doen van nader onderzoek aan de aangetroffen fles olijfolie en aangetroffen scharen behoeft dat verzuim evenwel niet tot cassatie te leiden, nu het p-v ttz. van het Hof inhoudt dat de scharen reeds zijn vernietigd en de flessen olijfolie niet in beslag zijn genomen en nader onderzoek thans niet meer mogelijk is. In verband daarmee had het Hof het verzoek tot het doen van nader onderzoek aan de aangetroffen fles olijfolie en de aangetroffen scharen enkel kunnen afwijzen. De verdachte is door het verzuim van het Hof op dat verzoek te beslissen dan ook niet in enig rechtens te respecteren belang geschaad. Aantekening verdient dat de rechter, indien hij van oordeel is dat hij nog niet in staat is op verantwoorde wijze te beslissen op een verzoek tot het horen van getuigen of deskundigen of het doen van nader onderzoek, de beslissing op het verzoek kan aanhouden tot een nadere tz. of beslissen dat daarop eerst na sluiting van het onderzoek ttz. bij vonnis of arrest zal worden beslist. Indien de rechter meent over voldoende gegevens te beschikken om een verantwoorde beslissing te geven op een voorwaardelijk verzoek tot het horen van getuigen of deskundigen of het doen van nader onderzoek, kan hij – met voorbijgaan aan de gestelde voorwaarde – aanstonds op dat verzoek beslissen.
De uitspraak op rechtspraak.nl