HR 22 maart 2016, ECLI:NL:HR:2016:465
1. Art. 243 Sr. Het oordeel van het Hof dat het slo. (door overmatige alcoholinname) heeft verkeerd in een toestand van verminderd bewustzijn a.b.i. art. 243 Sr en dat de vd van die toestand weet had geeft, mede gelet op de door het Hof en in de conclusie van de AG aangehaalde wetsgeschiedenis, niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting, is niet onbegrijpelijk en is toereikend gemotiveerd. 2. Getuigenverzoek, art. 315 jo. 328 Sv. Het middel, dat terecht klaagt dat noch het pv ttz noch het arrest een beslissing inhouden op het ttz herhaalde verzoek getuige X te horen, kan niet tot cassatie leiden nu gelet op door de HR in ogenschouw genomen omstandigheden zonder nadere toelichting, die in de schriftuur niet is gegeven, niet valt in te zien welk rechtens te respecteren belang de vd heeft bij de klacht dat het Hof niet uitdrukkelijk heeft beslist op het verzoek.
De uitspraak op rechtspraak.nl