HR 6 december 2016, ECLI:NL:HR:2016:2777
OM-cassatie. Vormverzuim, bewijsuitsluiting. Art. 359a Sv. Het Hof heeft geoordeeld dat sprake is van een onherstelbaar vormverzuim i.v.m. het “niet tijdig en naar behoren” informeren van verdachte over de inzet van een informant. ’s Hofs oordeel dat bewijsuitsluiting het rechtsgevolg moet zijn van het door het Hof aangenomen verzuim is niet naar behoren met redenen omkleed. De HR neemt daarbij in aanmerking dat het Hof in zijn overwegingen niet heeft duidelijk gemaakt waarom het – reeds voor de inhoudelijke behandeling van de strafzaak – herstelde verzuim heeft tekortgedaan aan het recht van verdachte op een eerlijke behandeling van zijn zaak. Het oordeel van het Hof dat zich hier het geval voordoet dat het (uitgesloten) bewijsmateriaal door het verzuim is verkregen, is eveneens ontoereikend gemotiveerd. Samenhang met 15/05957 en 16/01205. Vervolg op ECLI:NL:HR:2014:637.
De uitspraak op rechtspraak.nl